Uit het boek 'Je kunt je leven helen' 
Louise Hay met Maja Hamoen, Uitgeverij de Zaak
'Kun
je me in het kort iets over je kinderjaren vertellen?' Deze vraag
heb ik heel wat cliënten gesteld. Niet dat ik alles tot in
detail wil weten, maar ik wil een algemene indruk krijgen van hun
achtergrond. Als ze nu problemen hebben, zijn de patronen die hun
problemen creëren lang geleden ontstaan.
Toen
ik 18 maanden oud was, zijn mijn ouders gescheiden. Ik herinner
me dit niet als een bijzonder nare gebeurtenis. Waar ik wel met
afgrijzen aan terugdenk, is aan de periode dat mijn moeder ging
werken als inwonende hulp in de huishouding en ik werd uitbesteed.
Mensen die me van toen kennen, zeggen dat ik drie weken lang onafgebroken
heb gehuild. De mensen die voor me zorgden, bleken dit niet aan
te kunnen en mijn moeder zag zich genoodzaakt om mij weer terug
te nemen en naar een andere oplossing te zoeken. Nu heb ik bewondering
voor hoe ze het destijds als alleenstaande moeder wist te redden.
Maar het enige wat ik toen belangrijk vond, was dat dat ik niet
meer zoveel liefdevolle aandacht kreeg als vroeger. Ik ben er nooit achter gekomen of mijn moeder van mijn stiefvader
hield of dat ze met hem trouwde zodat we een thuis zouden hebben,
maar het was geen goede zet. Deze man was in Europa opgegroeid in
een bijzonder autoritaire omgeving met veel geweld en hij had geen
andere manier geleerd om aan het hoofd van een gezin te staan. Mij
moeder was in verwachting van mijn zusje toen we de crisis van de
dertiger jaren over ons heen kregen. Ik was vijf jaar oud. We zaten
gevangen in een huis vol geweld.
Om het nog erger te maken: rond die tijd werd ik verkracht door
een oude zuiplap van een buurman. Het onderzoek bij de dokter staat
me nog levendig voor de geest, net als de rechtszaak waarin ik kroongetuige
was. De man werd veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf. Toch kreeg
ik herhaaldelijk te horen: 'Het is jouw schuld'. Als gevolg daarvan
was ik jarenlang bang dat hij me iets aan zou doen als hij vrij
kwam. Ik had hem immers in de gevangenis doen belanden.
Het grootste deel van mijn kindertijd werd ik lichamelijk en seksueel
mishandeld, en moest ik hard werken. Ik kreeg steeds minder gevoel
van eigenwaarde en maar heel weinig dingen pakten goed uit voor
mij. Ik begon dit patroon te uiten in de buitenwereld.
Een
voorval uit de derde klas is heel typerend voor mijn leven van toen.
Er was een feestje op school en er was cake.
De meeste kinderen
op deze school waren van gegoede families. Ik was armzalig gekleed,
had een raar bloempottenkapsel, droeg hoge zwarte schoenen en ik
stonk naar rauwe knoflook, die ik elke dag moest eten om 'geen wormen
te krijgen'. Bij mij thuis kregen we nooit cake, dat konden we ons
niet veroorloven. Een oude buurvrouw gaf me elke week een dubbeltje
en een rijksdaalder op mijn verjaardag en met Kerst. Het dubbeltje
ging in de huishoudpot en van de rijksdaalder werd mijn ondergoed
gekocht voor het komende jaar.
Er was die dag dus een feestje op school en er was zoveel cake dat
sommige kinderen die thuis vaak cake kregen wel twee
of drie plakken kregen. Toen de onderwijzeres eindelijk bij mij
kwam met de schaal (ik was natuurlijk het laatst aan de beurt) was
de schaal helemaal leeg. Er was geen plakje meer over.
Ik
zie nu heel duidelijk in dat ik er destijds vast van overtuigd was
dat ik waardeloos was en niets goeds verdiende. Deze overtuiging
deed mij achterin de rij belanden, zodat ik geen cake kreeg. Het was mijn patroon. Zij spiegelden slechts mijn gedachten.
Toen ik vijftien jaar oud was, kon ik het niet meer aan om seksueel
mishandeld te worden. Ik liep van huis weg en ging niet meer naar
school. Het baantje dat ik vond ik werd serveerster in een
restaurantje leek me heel wat makkelijker dan het zware werk
dat ik thuis en in de tuin moest doen.
Hongerend naar liefde en aandacht en met heel weinig gevoel van eigenwaarde,
gaf ik mijn vrijwillig aan eenieder die aardig tegen mij was. Kort
na mijn zestiende verjaardag baarde ik een baby, een meisje. Ik dacht
dat ik de baby onmogelijk kon houden en kreeg het voor elkaar om een
liefdevol thuis voor haar te vinden: ze kwam terecht bij een kinderloos
echtpaar, dat graag een kind wilde. De laatste vier maanden van mijn
zwangerschap woonde ik bij hen in huis. Toen ik naar het ziekenhuis
ging voor de bevalling, was dat onder hun naam.
Onder deze omstandigheden ervoer ik niet de vreugde van het moederschap.
Ik voelde het opgeven van mijn baby als een verlies, ik voelde me
schuldig en schaamde me voor wat ik had gedaan. Het was een tijd vol
schaamte, die ik zo vlug mogelijk voorbij wilde laten zijn. Ik herinner
me alleen maar haar grote tenen, die ongewoon veel op de mijne leken.
Als we elkaar ooit ontmoeten, zal ik haar herkennen aan haar tenen.
Ik ging weg bij deze mensen toen de baby vijf dagen oud was.Ik
ging regelrecht terug naar huis en zei tegen mijn moeder, die nog
steeds een slachtoffer was van haar omstandigheden: 'Kom mee, je
hoeft dit niet langer te nemen. ik haal je hieruit!' Ze kwam met
me mee en liet mijn tien jaar oude zusje, dat altijd vaders lieveling
was geweest, bij hem achter.
Toen ik mijn moeder had geholpen om een baantje te vinden als schoonmaakster
in een hotelletje en we samen een comfortabele woning hadden gevonden
waar ze zich vrij voelde, vond ik dat ik aan mijn verplichtingen
had voldaan. Ik vertrok met een vriendin voor één
maand naar Chicago. Dertig jaar later kwam ik pas terug.
Omdat ik als kind mishandeld was en het gevoel had gekregen dat
ik niets waard was, trok ik destijds mannen aan die me slecht behandelden
en dikwijls ook nog sloegen.
Als
ik de rest van mijn leven op mannen was blijven schelden, was er
waarschijnlijk nooit iets veranderd. Maar doordat ik positieve ervaringen
had op mijn werk, kreeg ik langzamerhand een groter gevoel van eigenwaarde,
wat tot gevolg had dat ik dit soort mannen niet meer tegenkwam. Toen ik de onbewuste overtuiging namelijk dat ik het verdiende
om mishandeld te worden had losgelaten, pasten ze niet meer
in mijn leven.
Niet dat ik het gedrag van deze mannen wil goedpraten,
maar als dit niet 'mijn' patroon was geweest, zou ik ze niet hebben
aangetrokken. Mannen die vrouwen mishandelen, wéten nu niet
eens dat ik besta. Onze patronen trekken elkaar niet meer aan.
Na een paar jaar slavenarbeid in Chicago vertrok ik naar New York.
Ik had het geluk een top-fotomodel te kunnen worden. Maar mijn gevoel
van eigenwaarde werd niet veel groter nu ik een model was voor de
grote modeontwerpers.
Ik werkte al jaren in de modewereld toen ik een ontwikkelde Engelse
heer ontmoette. Het was een fantastische man en ik trouwde met hem.
We reisden veel, we ontmoetten vorsten en we dineerden in het Witte
Huis. Hoewel ik een model was en een geweldige man had, had ik maar
weinig gevoel van eigenwaarde tot ik jaren later aan mezelf begon
te werken.
Toen
we 14 jaar getrouwd waren, zei mijn man op een dag tegen me dat
hij met een ander wilde trouwen net toen ik begon te geloven
dat iets goeds ook blijvend kan zijn. Ja, ik was totaal ontredderd.
Maar de tijd verstreek en ik leefde verder. Ik kon voelen dat mijn
leven aan het veranderen was. Op een dag in de lente vertelde een
numeroloog me dat ik me niet vergiste en dat er in het najaar een
onopvallende gebeurtenis zou plaatsvinden die mijn leven zou veranderen.
Die gebeurtenis was zo onopvallend dat ze me pas een paar maanden
later opviel. Toevallig was ik naar een bijeenkomst gegaan van de
Religious Science-kerk in New York. |
Hun boodschap was nieuw voor
mij en een stemmetje in mij zei tegen mij 'Let goed op'.
Dat deed
ik. Ik bezocht niet alleen hun zondagsdiensten, maar volgde ook
hun cursussen. De modewereld begon me steeds minder te interesseren.
Hoeveel jaren kon ik me nog druk blijven maken om de maat van mijn
taille en de vorm van mijn wenkbrauwen? Voor
iemand die de middelbare school niet had afgemaakt en die nooit
eerder een cursus had gevolgd, was ik heel leergierig.
Ik verslond
alles wat ik onder ogen kon krijgen en dat te maken had met metafysica
en helen. De Religious Science-kerk werd mijn nieuwe thuis. Hoewel
mijn leven gewoon verder ging, nam de nieuwe richting die ik had
ingeslagen me steeds meer in beslag. Voor ik het wist, was het drie
jaar later en kwam ik in aanmerking om een door de kerk erkend raadgeefster
te worden. Ik slaagde voor het examen en ging nu alweer jaren
geleden dit werk doen, het werk van kerkelijk raadgeefster.
Het was een beginnetje. Ik begon ook aan Transcendente Meditatie
te doen. De predikantenopleiding van mijn kerk zou pas één
jaar later beginnen en ik besloot iets speciaals voor mezelf te
doen. Ik ging zes maanden naar de Maharishi Internationale Universiteit
in Fairfield, Iowa.
Voor mij was dat toen de volmaakte plek. We begonnen elke maandag
met een nieuw onderwerp. Het waren onderwerpen waar ik tot dan toe
alleen maar over had gehoord, zoals biologie, scheikunde en zelfs
de relativiteitstheorie. Elke zaterdagochtend was er een tentamen.
Zondags waren we vrij en op maandagochtend begonnen we weer met
een nieuw onderwerp.
In NewYork was afleiding iets heel normaals, maar hier was daar
helemaal geen sprake van. Na het avondeten gingen we allemaal naar
onze kamers om te studeren. Ik was de oudste student en ik genoot
van elk moment. Roken, alcohol en drugs waren niet toegestaan en
we mediteerden vier keer per dag. De dag van mijn vertrek viel ik
bijna flauw van de sigarettenrook op het vliegveld.
Terug
in New York nam ik mijn oude leven weer op. Al snel begon ik met
de predikantenopleiding. Ik werd heel actief in de kerk met haar
sociale programma's. Ik sprak 's middags op bijeenkomsten en had
cliënten. Dit werd al snel een volledige baan. Mijn werk inspireerde
me om het boek Heel je lichaam samen te stellen. Dit begon
als een eenvoudige lijst van metafysische oorzaken van lichamelijke
ziekten. Ik begon te doceren, te reizen en korte cursussen te geven.
En toen kreeg ik op een dag te horen dat ik kanker had.
Met mijn achtergrond van kindermishandeling en van een verkrachting
toen ik vijf jaar oud was, was het niet verwonderlijk dat ik kanker
kreeg in het gebied van de vagina. Zoals iedereen die net gehoord
heeft dat hij/zij kanker heeft, raakte ik totaak in paniek.
En
toch wist ik, dankzij al mijn werk met cliënten, dat mentale
heling mogelijk is en dat mij hier een kans werd geboden om dit
voor mezelf te bewijzen. Ik had tenslotte een boekje geschreven
over gedachtepatronen en ik wist dat de ziekte kanker een gevolg
kan zijn van diepe wrok, die zolang wordt vastgehouden tot hij letterlijk
het lichaam wegvreet. Ik had tot dan toe geweigerd om bereid te
zijn alle kwaadheid en wrok over wat 'zij' me in mijn jeugd hadden
aangedaan los te laten. Er viel geen tijd meer te verliezen, er
was een heleboel werk te verrichten. Het woord ongeneeslijk,
dat veel mensen zo afschrikwekkend vinden, betekent voor mij dat
een bepaalde toestand niet valt te genezen met methodes van buitenaf
en dat we naar binnen moeten keren om genezing te vinden. Als ik
me zou laten opereren om van de kanker af te komen zonder het mentale
patroon los te laten dat deze toestand had veroorzaakt, zouden de
doktoren in Louise kunnen blijven snijden tot er geen Louise meer
over was om in te snijden. Dat vond ik bepaald geen aantrekkelijk
vooruitzicht.
Als ik me zou laten opereren om het verkankerde groeisel te laten
verwijderen en tegelijk het gedachtepatroon zou loslaten dat de
kanker had veroorzaakt, zou de kanker wegblijven. Ik geloof niet
dat kanker of een andere ziekte terugkomt omdat ze 'niet alles hebben
weggehaald', maar omdat de patiënt geen veranderingen heeft
aangebracht in zijn/haar denken. Hij/zij creëert dan dezelfde
ziekte opnieuw, soms in een ander deel van het lichaam.
Ik
geloofde bovendien dat als ik het gedachtepatroon kon loslaten dat
de kanker had veroorzaakt, ik me niet hoefde te laten opereren.
Tijd was van cruciaal belang. De doktoren gaven me met tegenzin
drie maanden toen ik zei dat ik het geld voor de operatie niet had.
Ik
nam ogenblikkelijk de verantwoordelijkheid voor mijn heling. Ik
las en onderzocht alles wat ik kon vinden over alternatieve geneeswijzen
die me konden helpen bij mijn proces van heling.
Ik bezocht een aantal gezondheidswinkels en kocht elk boek over
kanker dat ze hadden. Ik ging naar de bibliotheek en las daar nog
meer boeken. Ik las boeken over voetzoolreflexologie en darmspoeling,
en bedacht dat beide methodes goed voor me zouden zijn. Het leek
wel of ik naar precies de juiste mensen werd geleid. Toen ik over
voetzoolreflexologie had gelezen, wilde ik een beoefenaar ervan
ontmoeten. Ik woonde een lezing bij en hoewel ik anders voorin de
zaal ging zitten, nam ik die avond plaats achterin de zaal. Binnen
een minuut kwam er een man naast me zitten en ja hoor, hij was een
voetzoolreflexoloog die ook huisbezoeken deed. Hij kwam drie keer
in de week bij me en was een grote steun.
Ik
wist ook dat het belangrijk was om meer van mezelf te gaan houden
dan ik deed. In mijn kinderjaren werd er om mij heen heel weinig
liefde geuit en niemand had me geleerd dat ik een goed gevoel mocht
hebben over mezelf. Ik had hun houding overgenomen van constant
op mij vitten en kritiek leveren, en dit was een tweede natuur geworden.
Door mijn werk in de kerk was ik tot de conclusie gekomen dat ik
wél van mezelf mocht houden, dat ik mezelf wél mocht
waarderen en dat dit zelfs essentieel was.

En toch was ik dit blijven
uitstellen, zoals iemand een dieet kan blijven uitstellen tot de
volgende dag. Nu kon ik het echt niet langer uitstellen.
In het
begin was het moeilijk voor mij om voor een spiegel te staan en
tegen mezelf te zeggen 'Louise, ik hou van je. Ik hou heel veel
van je'.
Maar toen ik daarmee door bleef gaan, zag ik dat er zich
een aantal situaties in mijn leven voordeden die vroeger een aanleiding
zouden zijn geweest om mezelf uit te schelden. Nu deed ik dat niet
meer, wat ik te danken had aan mijn oefeningen voor de spiegel en
aan het andere werk dat ik had verzet. Ik ging vooruit!
Ik wist dat ik patronen van wrok diende los te laten, patronen van
wrok die ik al had sinds mijn kinderjaren. En het was van het allergrootste
belang dat ik ophield met iemand-anders-de-schuld-geven.
Ja, ik had een hele moeilijke jeugd gehad, waarin ik vaak was mishandeld
psychisch, lichamelijk en seksueel. Maar dat was allemaal
lang geleden gebeurd en vormde geen excuus voor de manier waarop
ik mezelf nu behandelde. Mijn kanker vrat letterlijk mijn lichaam
op omdat ik niet vergeven had.
Het was tijd voor mij om achter de gebeurtenissen te kijken en te begrijpen wat voor ervaringen mensen hadden gehad dat ze
een kind zo behandelden.
Met
behulp van een goede therapeut uitte ik alle oude, opgekropte woede
door op een kussen te slaan en te schreeuwen. Toen begon ik stukje
bij beetje het verhaal dat mijn ouders mij over hun jeugd verteld
hadden te begrijpen en kon ik hun leven beter overzien. Nu ik steeds
meer begrip kon opbrengen en een volwassen standpunt kon innemen,
zag ik hun pijn en voelde ik compassie voor ze. Langzamerhand hield
ik ermee op om hen de schuld te geven.
Ik ging bovendien op zoek naar een goede voedingsdeskundige, die
me kon helpen om mijn lichaam te ontgiften en te reinigen van al
die troep die ik jarenlang gegeten had. Ik leerde dat het gif dat
in eten van slechte kwaliteit zit, zich ophoopt in het lichaam.
Evenzo
hopen gedachten van lage kwaliteit zich op en creëren vergiftigingsverschijnselen
in de gedachtewereld.
|
Ik kreeg een heel streng dieet: veel groenten
en niet veel anders. De eerste maand kreeg ik bovendien drie maal
in de week een darmspoeling.
Ik liet me niet opereren. Het gevolg
van mijn grondige psychische en fysieke reininging was dat zes maanden
na de diagnose kanker, ook de medici tot de conclusie kwamen die
ik zelf al getrokken had dat er geen spoor van kanker meer
in mijn lichaam te vinden was! Nu wist ik uit eigen ervaring dat ziekte kan worden geheeld als we bereid zijn om veranderingen
aan te brengen in de manier waarop we denken en handelen en in wat
we geloven!
Soms blijkt een gebeurtenis die een grote ramp lijkt
te zijn juist een enorme zegen. Ik heb bijzonder veel van deze ervaring
geleerd. Ik ging het leven op een heel nieuwe manier waarderen.
Ik begon te letten op wat echt belangrijk was voor mij en ik besloot
uiteindelijk om de boomloze stad New York met haar extreme klimaat
te verlaten. Sommige van mijn cliënten bleven aandringen dat
ik moest blijven. Ze zeiden dat ze zouden doodgaan als ik ze verliet.
Ik verzekerde ze dat ik twee keer per jaar terug zou komen om te
zien hoe het met ze ging en dat ze me telefonisch altijd konden
bereiken. Ik sloot mijn praktijk en nam op mijn gemak de trein naar
Californië. Ik had besloten om eerst in Los Angeles te gaan
wonen.
Hoewel ik er geboren was, kende ik er bijna niemand meer behalve
mijn moeder en zuster, die nu allebei even buiten de stad woonden.
We hadden nooit een hechte familieband gehad en waren nooit erg
open geweest tegen elkaar, maar ik was toch onplezierig verrast
toen ik ontdekte dat mijn moeder al een aantal jaren blind was en
dat niemande de moeite had genomen om mij daarvan op de hoogte te
stellen. Mijn zuster had het 'te druk' om me te ontvangen. Ik liet
haar maar en begon met mijn nieuwe leven.
Mijn
boek Heel je lichaam opende veel deuren voor me. Ik bezocht
elke New Age bijeenkomst waarvan ik hoorde. Ik stelde mezelf voor
en als het van pas kwam, deelde ik een exemplaar van mijn boek uit.
De eerste zes maanden ging ik vaak naar het strand: ik wist dat
ik niet veel tijd meer zou hebben voor dat soort ontspanning als
ik het eenmaal druk kreeg. Langzamerhand kreeg ik cliënten
en werd ik hier en daar uitgenodigd om een lezing te komen geven.
Alles begon op zijn plaats te vallen, Los Angeles verwelkomde me.
Binnen een paar jaar was ik in staat om in een mooi nieuw huis te
gaan wonen.
Mijn nieuwe levensstijl in Los Angeles was een grote sprong in bewustzijn
vergeleken met mijn vroegere jeugd. Alles verliep nu inderdaad makkelijk.
Wat kan ons leven toch snel veranderen.
Op een avond kreeg ik een telefoontje van mijn zuster, het eerste
in twee jaar. Ze vertelde me dat mijn moeder, nu 90, blind en bijna
doof, gevallen was en haar rug gebroken had. Ineens veranderde mijn
moeder van een sterke, onafhankelijke vrouw in een hulpeloos kind
met pijn.
Mijn
boek Heel je lichaam opende veel deuren voor me. Ik bezocht
elke New Age bijeenkomst waarvan ik hoorde. Ik stelde mezelf voor
en als het van pas kwam, deelde ik een exemplaar van mijn boek uit.
De eerste zes maanden ging ik vaak naar het strand: ik wist dat
ik niet veel tijd meer zou hebben voor dat soort ontspanning als
ik het eenmaal druk kreeg. Langzamerhand kreeg ik cliënten
en werd ik hier en daar uitgenodigd om een lezing te komen geven.
Alles begon op zijn plaats te vallen, Los Angeles verwelkomde me.
Binnen een paar jaar was ik in staat om in een mooi nieuw huis te
gaan wonen.
Mijn nieuwe levensstijl in Los Angeles was een grote sprong in bewustzijn
vergeleken met mijn vroegere jeugd. Alles verliep nu inderdaad makkelijk.
Wat kan ons leven toch snel veranderen.
Op een avond kreeg ik een telefoontje van mijn zuster, het eerste
in twee jaar. Ze vertelde me dat mijn moeder, nu 90, blind en bijna
doof, gevallen was en haar rug gebroken had. Ineens veranderde mijn
moeder van een sterke, onafhankelijke vrouw in een hulpeloos kind
met pijn.
Ze
brak haar rug en tegelijk brak ik door de muur van geheimzinnigheid
rond mijn zus. Eindelijk begonnen we met elkaar te communiceren.
Ik ontdekte dat mijn zuster ook een pijnlijke rugkwaal had, die
het haar moeilijk maakte om te zitten en te lopen. Ze leed in stilte
en hoewel ze er slecht uitzag, wist haar man niet dat zij ziek was.
Na een maand in het ziekenhuis mocht mijn moeder naar huis. Ze kon
niet meer voor zichzelf zorgen en daarom kwam ze bij mij wonen.
Hoewel ik het levensproces vertrouwde, wist ik niet of ik dit aan
zou kunnen. Daarom zei ik tegen God: 'Goed, ik zal voor haar zorgen,
maar dan verwacht ik dat jij me helpt en voor geld zorgt!'
We moesten ons allebei enorm aanpassen. Ze kwam op een zaterdag.
De volgende dag zou ik vier dagen naar San Francisco gaan. Ik kon
haar niet alleen laten en wilde toch weg. Ik zei: 'God, neem dit
van mij over. Voor ik wegga moet ik de juiste persoon ontmoeten,
iemand die ons kan helpen'.
Op donderdag verscheen de juiste persoon. Ze nam haar intrek in
mijn huis om het op orde te brengen voor mijn moeder en mij. Dit
was weer een bevestiging van één van mijn onderliggende
overtuigingen: alles wat ik dien te weten wordt me onthuld en alles
wat ik nodig heb komt naar me toe in de juiste, Goddelijke volgorde'.
Ik realiseerde me dat het weer tijd was voor mij om te leren. Hier
was een kans om een boel negativiteit uit mijn kinderjaren los te
laten.
Toen ik een kind was, was mijn moeder niet in staat om me te beschermen.
Maar nu kon en zou ik haar verzorgen.
Het vernieuwde contact tussen mijn moeder en mijn zus was ook een
heel avontuur.
Mijn zuster de steun geven waar ze om vroeg, was een hele nieuwe
uitdaging voor me. Ik ontdekte dat mijn stiefvader zijn woede en
pijn op mijn zusje had gericht, toen ik jaren daarvoor mijn moeder
had gered. Nu was het haar beurt geweest om mishandeld te worden.
Ik besefte dat wat voor mijn zuster als een lichamelijk probleem
begonnen was, sterk verergerde door haar angst en de spanningen.
En dan dacht ze ook nog dat niemand haar kon helpen. Daar zat ik
dan ik wilde niet voor redder spelen en toch wilde ik mijn
zuster een kans geven om voor haar gezondheid te kiezen.
Langzaam
maar zeker werd alles duidelijker en dat is nog steeds zo.
Ik streef ernaar om een veilige sfeer te creëren, waarin we
verschillende manieren verkennen waarop heling kan plaatsvinden.
Stap voor stap komen we verder.
Mijn moeder reageert heel positief. Vier keer per dag doet ze oefeningen
zo goed ze kan. Haar lichaam wordt weer sterker en soepeler. Ik
heb voor een gehoorapparaat gezorgd en ze heeft meer belangstelling
voor het leven. Ondanks haar Christian Science-overtuigingen, heb
ik haar weten over te halen om aan één oog een operatie
tegen staar te ondergaan. Wat was ze blij om weer te kunnen zien
en wat waren wij blij om de wereld door haar ogen te zien. Ze vindt
het heel fijn dat ze weer kan lezen.
Mijn moeder en ik beginnen tijd te vinden om samen te zijn en we
kunnen beter met elkaar praten dan ooit. We zijn elkaar veel beter
gaan begrijpen. We voelen ons vrijer als we samen huilen en lachen
en elkaar omhelzen. Soms irriteert ze me, wat me duidelijk maakt
dat ik aan mezelf mag werken. Mijn werk breidt zich gestaag uit.
Onder leiding van mijn persoonlijke manager, Charlie Gehrke, is
mijn staf toegenomen en hebben we nu een cursuscentrum waar mensen
ook intern kunnen verblijven.

|