Gerda Bos
Saskia de Bruin
Alan Cohen
Julia Hastings
Louise Hay
Peggy Joy Jenkins
Phil Laut
Joy Manné
Caroline Myss
Marjan Nijenbanning
Linda Popov
Helen Purperhart
Sondra Ray
Willem de Ridder
Marshall Rosenberg
Hal & Sidra Stone
Rolando Toro
Chantal Trigallez
Brigitte van Tuijl
Marianne Williamson

E-mail

Caroline Myss

Nota Bene: scrawl naar beneden voor informatie over de auteur.

Genezen: hoe niet en hoe wel

Genezen: hoe niet en hoe wel

Gebonden boek
C. Myss besteedt veel aandacht aan de redenen waarom we niet genezen, want zij is van mening dat velen van ons bijna net zo bang zijn voor genezing als voor ziekte. Zij kiest voor een genezingsmethode waarbij de kennis over de chakra's, de levensboom uit de kabbala, de sacramenten uit de christelijke traditie en een symbolische manier van denken geïntegreerd worden. Een aanrader voor iedereen die zich op genezing wil richten of geïnteresseerd is in het hoe en waarom van genezing!

ISBN 9789072455482
€23,75

Bestellen

Bekijk een lezing van Caroline Myss

 


Caroline Myss
Caroline Myss

Caroline Myss is vooral bekend door haar boek Anatomy of the Spirit. Haar werk Genezen: hoe niet en hoe wel is van recenter datum. Het is een handboek over het hoe en waarom van genezen.
Caroline Myss is in staat om feilloos diagnoses te stellen langs helderziende weg. In Nederland hebben we haar aan het werk kunnen zien in de Oprah Winfrey Show.
In de Verenigde Staten lopen enorme hoeveelheden mensen uit om een glimp van haar op te vangen of om haar aan te raken. Zelf ziet ze zich niet op de eerste plaats als een genezeres, maar wil ze mensen helpen om zichzelf te helpen.
Haar eerste baan was die van een journaliste. Toen zij Elizabeth Kübler-Ross interviewde, de vrouw die bekend is geworden door haar diepe inzichten over stervensbegeleiding en het rouwproces, werd zij op zichzelf teruggeworpen. In een poging antwoorden te vinden op vragen over de zin van het leven ging zij Theologie studeren. Toen zij was afgestudeerd, begon zij een alternatieve uitgeverij. Tegenwoordig werkt zij vaak samen met doktoren die een Holistische benadering verkiezen en geeft zij lezingen en workshops.

Uit: 'Genezen: hoe niet en hoe wel'

Wondologie en het helende vuur
Tegen het einde van de lente van 1988 reisde ik naar de woongemeenschap Findhorn in noordoost Schotland, waar ik een workshop over genezing zou geven. Destijds kwamen de meeste mensen naar mijn workshops om genezen te worden. Ze verwachtten van mij dat ik hun genezing gunstig zou beïnvloeden door hun energieveld te lezen en een behandelingsplan op te stellen, omdat zij mij kenden als iemand die hun lichamelijke problemen helderziend kon waarnemen. (Tegenwoordig worden mijn workshops vooral bezocht door mensen die goed voor zichzelf kunnen zorgen en die meer helderziend willen worden door de ‘chakrataal’ te leren spreken, om zo zichzelf en hun leven te helen. Ook worden mijn workshops bezocht door hulpverleners, die willen leren hoe zij anderen kunnen helpen om te genezen.)
Hoewel ik geen alternatief genezer ben, wilde ik hen graag zo goed mogelijk helpen. Vaak kwam het erop neer dat ik hun vermoedens, inzichten of ingevingen en de veranderingen die zij in hun leven moesten doorvoeren bevestigde. Soms bracht dit helderziend waarnemen een lichamelijk en innerlijk, spiritueel genezingsproces op gang. Mijn cursisten en ik hadden indertijd het gevoel dat wij ons op de goede weg bevonden. De holistische of bewustzijnsbeweging was vooral gericht op genezing en gezondheid en ik had mijn leven ingericht rond deze onderwerpen.
Bijna iedereen die ik beroepsmatig of privé tegenkwam, wilde alternatief genezer worden, had een afspraak met een nieuwe alternatief genezer of geloofde dat hij/zij voorbestemd was om zelf alternatief genezer te worden zodra hij/zij genezen was.

Ik vond het heerlijk om over de hele wereld te reizen en in spiritualiteit geïnteresseerde mensen te ontmoeten die mij even hard nodig hadden als ik hen. Ik was vooral dol op Findhorn, een woongemeenschap van ongeveer driehonderd mensen die biologische tuinbouw bedrijven en elke spirituele weg respecteren. Enkele leden van Findhorn wonen in een mooi, gerestaureerd hotel van rond de eeuwwisseling, anderen in zelf gebouwde huizen in een prachtig park bij Findhorn Bay. De ruige schoonheid van de Schotse Hooglanden en de spirituele belangstelling van deze woongemeenschap zorgen ervoor dat Findhorn een bijzonder aantrekkelijke verblijfplaats is. Als ik erheen ga, krijg ik altijd een bijzondere lading energie die tot het een of andere belangrijke inzicht leidt en dat was ook tijdens dit bezoek in 1988 het geval. De manier waarop ik tot dit inzicht kwam was echter heel onwaarschijnlijk.
Voordat ik mijn workshop van één week zou geven, stond er een lunch met mijn goede vriendin Mary op het programma. Omdat ik nogal vroeg in de eetzaal was, was ik bij twee heren thee gaan drinken. Mary kwam wat later binnen en toen zij bij onze tafel stond, stelde ik haar voor aan mijn twee metgezellen. Zij stond juist op het punt hen een hand te geven, toen een ander lid van Findhorn, Wayne, op haar afstapte en vroeg: ‘Mary, doe jij 8 juni al iets? We zijn op zoek naar iemand die deze dag een gast kan rondleiden.’
De toon van Mary’s antwoord was even onthullend als de lengte ervan. Zij beet hem toe: ‘Acht juni? Zei je acht juni?’ Woedend en verontwaardigd ging zij verder: ‘Absoluut niet! Acht juni komt mijn incestpraatgroep bijeen en dat wil ik voor geen goud ter wereld missen! Wij rekenen op elkaar. Wij incestslachtoffers moeten voor elkaar klaarstaan. We hebben tenslotte niemand anders.’
Mary ging nog een poosje door in dezelfde trant, maar deze woorden kan ik mij nog goed herinneren. Ik was gefascineerd door de bliksemsnelle, dramatische reactie die deze eenvoudige vraag naar haar plannen bij haar had opgeroepen. Wayne schonk nauwelijks aandacht aan haar reactie, bedankte haar en vertrok, maar ik was verbijsterd. Later, toen Mary en ik aan de lunch zaten, informeerde ik naar haar gedrag.
‘Mary, waarom liet je, toen je Wayne’s vraag beantwoordde, alle drie deze mannen weten dat je als meisje incestslachtoffer bent geweest, dat je daar nog steeds kwaad over bent en dat je kwaad bent op mannen in het algemeen? Waarom bepaalde jij met je woede de sfeer van het gesprek? Wayne vroeg je alleen of je acht juni iets te doen had en daar reageerde jij op met een mini-therapie voor deze drie mannen. Gewoon ja of nee was al voldoende geweest.’
Mary keek me aan alsof ik haar had verraden. Haar lichaam verstijfde en zij zei op ijskoude, defensieve toon: ‘Ik reageerde zo omdat ik een incestslachtoffer ben.’ Ze schoof haar stoel naar achteren, hield op met eten en smeet haar servet op haar bord, waarmee zij aangaf dat onze lunch beëindigd was. Hoewel ik het op dat moment niet besefte, gold dat ook voor onze vriendschap.
‘Mary, lieverd,’ antwoordde ik op een wat vriendelijker toon, ‘ik weet dat je een incestslachtoffer bent, maar ik probeer te ontdekken waarom je het nodig vond om dit aan twee vreemden en Wayne te vertellen, terwijl hij alleen maar wilde weten of je hem op acht juni uit de nood kon helpen.

Wilde je dat deze mannen je op een bepaalde manier behandelden of op een bepaalde manier tegen je spraken? Waarom toonde jij je pijn binnen zeven seconden nadat je twee nieuwe mensen had ontmoet?’ Mary zei dat ik dit niet kon begrijpen omdat ik niet had doorgemaakt wat zij en talloze andere incestslachtoffers hadden doorgemaakt, maar dat zij van mij, haar vriendin, meer medeleven had verwacht. Ik antwoordde dat mijn vraag niets te maken had met een gebrek aan medeleven. Ik voelde hoe er een energetische kloof tussen ons ontstond toen ik besefte dat ik, als ik haar te vriend wilde houden, in ‘wondentaal’ met Mary zou moeten spreken. Ik zou mij aan een aantal bijzonder specifieke regels van haar moeten houden die bepaalden hoe een goede vriendin zich hoorde te gedragen en ik zou nooit zou mogen vergeten dat haar zelfbeeld bepaald werd door een negatieve ervaring.Behalve dat Mary een akelige jeugd had gehad, was zij ook nog voortdurend ziek. Zij had altijd pijn — op sommige dagen voelde zij emotionele pijn, op andere dagen lichamelijke pijn. Hoewel zij aardig deed en altijd klaar stond voor haar vrienden, verkeerde zij veel liever in het gezelschap van mensen die vroeger ook misbruikt waren. Tijdens deze gedenkwaardige lunch begreep ik dat Mary behoefte had aan mensen die dezelfde taal spraken, die dezelfde instelling hadden en hetzelfde gedrag vertoonden als zij. Ik noemde deze houding onmiddellijk ‘wondologie’. Ik ben er sindsdien van overtuigd geraakt dat wanneer ons zelfbeeld bepaald wordt door onze pijn, dit een belasting is voor onze lichamelijke en spirituele energie en ons energie kost, zodat we ons openstellen voor ziekte.

Ik had die dag het gevoel alsof ik was losgerukt uit het sfeertje van genezing en bewustwording in Findhorn en er nu als een buitenstaander tegenaan keek. Hoewel ik Mary’s gedachtepatroon nooit eerder had opgemerkt, deed zich vreemd genoeg al de volgende dag tijdens mijn workshop een miniversie voor van het voorval met Mary.Ik was twintig minuten te vroeg, zodat ik wat tijd had om mij op mijn inleiding voor te bereiden. Er zat al een vrouw in de zaal. Ik ging naast haar zitten en vroeg: ‘Hoe heet jij?’ Meer vroeg ik niet. Toch antwoordde zij, zonder mij zelfs maar aan te kijken: ‘Ik ben een incestslachtoffer, maar ik ben nu zesenvijftig en ik ben wel over dat trauma heen. Ik zit in een fantastische zelfhulpgroep en een aantal vrouwen en ik komen minstens één keer per week bij elkaar, wat volgens mij essentieel is om te kunnen helen.’
Zij had nog steeds niet gezegd hoe zij heette, dus vroeg ik opnieuw: ‘En hoe heet je?’ Maar nog steeds kreeg ik geen rechtstreeks antwoord. Het leek wel alsof zij verdoofd was. Ik had de indruk dat zij lang had nagedacht over wat zij wilde zeggen en nu zij daar de kans toe kreeg, kon zij niet luisteren naar een vraag die geen betrekking had op wat zij van plan was te zeggen. In plaats van te zeggen hoe zij heette, zei zij hoe heerlijk zij het vond om naar workshops zoals de mijne te komen, omdat je daar openlijk en vrijuit over je verleden kon praten. Ze hoopte dat ik tijd zou uittrekken om mensen elkaar hun verhaal te laten vertellen. Ik bedankte haar en verliet de zaal, want ik wilde even mijn gedachten op een rijtje zetten.