Caroline
Myss is vooral bekend door haar boek Anatomy of the Spirit. Haar werk Genezen: hoe niet en hoe wel is van recenter
datum. Het is een handboek over het hoe en waarom van genezen.
Caroline Myss is in staat om feilloos diagnoses te stellen langs
helderziende weg. In Nederland hebben we haar aan het werk kunnen
zien in de Oprah Winfrey Show.
In de Verenigde Staten lopen enorme hoeveelheden mensen uit
om een glimp van haar op te vangen of om haar aan te raken.
Zelf ziet ze zich niet op de eerste plaats als een genezeres,
maar wil ze mensen helpen om zichzelf te helpen.
Haar eerste baan was die van een journaliste. Toen zij Elizabeth
Kübler-Ross interviewde, de vrouw die bekend is geworden
door haar diepe inzichten over stervensbegeleiding en het rouwproces,
werd zij op zichzelf teruggeworpen. In een poging antwoorden
te vinden op vragen over de zin van het leven ging zij Theologie
studeren. Toen zij was afgestudeerd, begon zij een alternatieve
uitgeverij. Tegenwoordig werkt zij vaak samen met doktoren die
een Holistische benadering verkiezen en geeft zij lezingen en
workshops.
Uit:
'Genezen:
hoe niet en hoe wel'
|
Wondologie en het helende vuur
Tegen
het einde van de lente van 1988 reisde ik naar de woongemeenschap
Findhorn in noordoost Schotland, waar ik een workshop over genezing
zou geven. Destijds kwamen de meeste mensen naar mijn workshops
om genezen te worden. Ze verwachtten van mij dat ik hun genezing
gunstig zou beïnvloeden door hun energieveld te lezen en een
behandelingsplan op te stellen, omdat zij mij kenden als iemand
die hun lichamelijke problemen helderziend kon waarnemen. (Tegenwoordig
worden mijn workshops vooral bezocht door mensen die goed voor zichzelf
kunnen zorgen en die meer helderziend willen worden door de chakrataal
te leren spreken, om zo zichzelf en hun leven te helen. Ook worden
mijn workshops bezocht door hulpverleners, die willen leren hoe
zij anderen kunnen helpen om te genezen.)
Hoewel
ik geen alternatief genezer ben, wilde ik hen graag zo goed mogelijk
helpen. Vaak kwam het erop neer dat ik hun vermoedens, inzichten
of ingevingen en de veranderingen die zij in hun leven moesten doorvoeren
bevestigde. Soms bracht dit helderziend waarnemen een lichamelijk
en innerlijk, spiritueel genezingsproces op gang. Mijn cursisten
en ik hadden indertijd het gevoel dat wij ons op de goede weg bevonden.
De holistische of bewustzijnsbeweging was vooral gericht op genezing
en gezondheid en ik had mijn leven ingericht rond deze onderwerpen.
Bijna iedereen die ik beroepsmatig of privé tegenkwam, wilde
alternatief genezer worden, had een afspraak met een nieuwe alternatief
genezer of geloofde dat hij/zij voorbestemd was om zelf alternatief
genezer te worden zodra hij/zij genezen was. |
Ik
vond het heerlijk om over de hele wereld te reizen en in spiritualiteit
geïnteresseerde mensen te ontmoeten die mij even hard nodig
hadden als ik hen. Ik was vooral dol op Findhorn, een woongemeenschap
van ongeveer driehonderd mensen die biologische tuinbouw bedrijven
en elke spirituele weg respecteren. Enkele leden van Findhorn wonen
in een mooi, gerestaureerd hotel van rond de eeuwwisseling, anderen
in zelf gebouwde huizen in een prachtig park bij Findhorn Bay. De
ruige schoonheid van de Schotse Hooglanden en de spirituele belangstelling
van deze woongemeenschap zorgen ervoor dat Findhorn een bijzonder
aantrekkelijke verblijfplaats is. Als ik erheen ga, krijg ik altijd
een bijzondere lading energie die tot het een of andere belangrijke
inzicht leidt en dat was ook tijdens dit bezoek in 1988 het geval.
De manier waarop ik tot dit inzicht kwam was echter heel onwaarschijnlijk.
Voordat ik mijn workshop van één week zou geven, stond
er een lunch met mijn goede vriendin Mary op het programma. Omdat
ik nogal vroeg in de eetzaal was, was ik bij twee heren thee gaan
drinken. Mary kwam wat later binnen en toen zij bij onze tafel stond,
stelde ik haar voor aan mijn twee metgezellen. Zij stond juist op
het punt hen een hand te geven, toen een ander lid van Findhorn,
Wayne, op haar afstapte en vroeg: Mary, doe jij 8 juni al
iets? We zijn op zoek naar iemand die deze dag een gast kan rondleiden.
De toon van Marys antwoord was even onthullend als de lengte
ervan. Zij beet hem toe: Acht juni? Zei je acht juni?
Woedend en verontwaardigd ging zij verder: Absoluut niet!
Acht juni komt mijn incestpraatgroep bijeen en dat wil ik voor geen
goud ter wereld missen! Wij rekenen op elkaar. Wij incestslachtoffers
moeten voor elkaar klaarstaan. We hebben tenslotte niemand anders.
Mary
ging nog een poosje door in dezelfde trant, maar deze woorden kan
ik mij nog goed herinneren. Ik was gefascineerd door de bliksemsnelle,
dramatische reactie die deze eenvoudige vraag naar haar plannen
bij haar had opgeroepen. Wayne schonk nauwelijks aandacht aan haar
reactie, bedankte haar en vertrok, maar ik was verbijsterd. Later,
toen Mary en ik aan de lunch zaten, informeerde ik naar haar gedrag.
Mary, waarom liet je, toen je Waynes vraag beantwoordde,
alle drie deze mannen weten dat je als meisje incestslachtoffer
bent geweest, dat je daar nog steeds kwaad over bent en dat je kwaad
bent op mannen in het algemeen? Waarom bepaalde jij met je woede
de sfeer van het gesprek? Wayne vroeg je alleen of je acht juni
iets te doen had en daar reageerde jij op met een mini-therapie
voor deze drie mannen. Gewoon ja of nee was al voldoende geweest.
Mary
keek me aan alsof ik haar had verraden. Haar lichaam verstijfde
en zij zei op ijskoude, defensieve toon: Ik reageerde zo omdat
ik een incestslachtoffer ben. Ze schoof haar stoel naar achteren,
hield op met eten en smeet haar servet op haar bord, waarmee zij
aangaf dat onze lunch beëindigd was. Hoewel ik het op dat moment
niet besefte, gold dat ook voor onze vriendschap.
Mary, lieverd, antwoordde ik op een wat vriendelijker
toon, ik weet dat je een incestslachtoffer bent, maar ik probeer
te ontdekken waarom je het nodig vond om dit aan twee vreemden en
Wayne te vertellen, terwijl hij alleen maar wilde weten of je hem
op acht juni uit de nood kon helpen.
|
Wilde je dat deze mannen je
op een bepaalde manier behandelden of op een bepaalde manier tegen
je spraken? Waarom toonde jij je pijn binnen zeven seconden nadat
je twee nieuwe mensen had ontmoet? Mary zei dat ik dit niet kon begrijpen omdat ik niet had doorgemaakt
wat zij en talloze andere incestslachtoffers hadden doorgemaakt,
maar dat zij van mij, haar vriendin, meer medeleven had verwacht.
Ik antwoordde dat mijn vraag niets te maken had met een gebrek aan
medeleven. Ik voelde hoe er een energetische kloof tussen ons ontstond
toen ik besefte dat ik, als ik haar te vriend wilde houden, in wondentaal
met Mary zou moeten spreken. Ik zou mij aan een aantal bijzonder
specifieke regels van haar moeten houden die bepaalden hoe een goede
vriendin zich hoorde te gedragen en ik zou nooit zou mogen vergeten
dat haar zelfbeeld bepaald werd door een negatieve ervaring.Behalve
dat Mary een akelige jeugd had gehad, was zij ook nog voortdurend
ziek. Zij had altijd pijn op sommige dagen voelde zij emotionele
pijn, op andere dagen lichamelijke pijn. Hoewel zij aardig deed
en altijd klaar stond voor haar vrienden, verkeerde zij veel liever
in het gezelschap van mensen die vroeger ook misbruikt waren. Tijdens
deze gedenkwaardige lunch begreep ik dat Mary behoefte had aan mensen
die dezelfde taal spraken, die dezelfde instelling hadden en hetzelfde
gedrag vertoonden als zij. Ik noemde deze houding onmiddellijk wondologie.
Ik ben er sindsdien van overtuigd geraakt dat wanneer ons zelfbeeld
bepaald wordt door onze pijn, dit een belasting is voor onze lichamelijke
en spirituele energie en ons energie kost, zodat we ons openstellen
voor ziekte.
Ik
had die dag het gevoel alsof ik was losgerukt uit het sfeertje van
genezing en bewustwording in Findhorn en er nu als een buitenstaander
tegenaan keek. Hoewel ik Marys gedachtepatroon nooit eerder
had opgemerkt, deed zich vreemd genoeg al de volgende dag tijdens
mijn workshop een miniversie voor van het voorval met Mary.Ik was
twintig minuten te vroeg, zodat ik wat tijd had om mij op mijn inleiding
voor te bereiden. Er zat al een vrouw in de zaal. Ik ging naast
haar zitten en vroeg: Hoe heet jij? Meer vroeg ik niet.
Toch antwoordde zij, zonder mij zelfs maar aan te kijken: Ik
ben een incestslachtoffer, maar ik ben nu zesenvijftig en ik ben
wel over dat trauma heen. Ik zit in een fantastische zelfhulpgroep
en een aantal vrouwen en ik komen minstens één keer
per week bij elkaar, wat volgens mij essentieel is om te kunnen
helen.
Zij
had nog steeds niet gezegd hoe zij heette, dus vroeg ik opnieuw:
En hoe heet je? Maar nog steeds kreeg ik geen rechtstreeks
antwoord. Het leek wel alsof zij verdoofd was. Ik had de indruk
dat zij lang had nagedacht over wat zij wilde zeggen en nu zij daar
de kans toe kreeg, kon zij niet luisteren naar een vraag die geen
betrekking had op wat zij van plan was te zeggen. In plaats van
te zeggen hoe zij heette, zei zij hoe heerlijk zij het vond om naar
workshops zoals de mijne te komen, omdat je daar openlijk en vrijuit
over je verleden kon praten. Ze hoopte dat ik tijd zou uittrekken
om mensen elkaar hun verhaal te laten vertellen. Ik bedankte haar
en verliet de zaal, want ik wilde even mijn gedachten op een rijtje
zetten.
|